Geschiedenis

Al in 1979 meldde het bestuur van de afdeling Gemert van de N.C.B. aan het hoofdbestuur (van de N.C.B., nu ZLTO) dat het geboortehuis van wijlen Pater Gerlachus van den Elsen, ‘de boerenapostel’, aan wie de N.C.B. zijn ontstaan mede te danken had, dreigde gesloopt te worden wegens de reconstructie van de provinciale weg Gemert – Erp. Het hoofdbestuur zag echter niet veel heil in de plaatselijke pogingen tot behoud, maar wilde bij afbraak wel de uit 1956 daterende gedenksteen uit de voorgevel terug in Tilburg.

De eerste stappen

Teleurgesteld over deze houding richtte het afdelingsbestuur een werkgroep op die de mogelijkheden tot behoud moest onderzoeken. In 1981 kwam deze met een plan tot reconstructie en verplaatsing van de boerderij, verwezenlijking van de nodige bijgebouwen en aankoop van grond. Met eigenaar P. Van Hoof had men al contact en architect L. Bekkers uit Gemert had reeds een schetsplan klaar voor de verwezenlijking van het plan was echter enorm veel geld nodig en men hoopte dat los te krijgen van de N.C.B., de daarmee verbonden organisaties, de gemeente, enzovoort.

Eerste diende echter de belangstelling voor Pater van den Elsen en zijn emancipatorisch werk voor de Brabantse boerenstand nieuw leven ingeblazen te worden middels een biografie, te schrijven door Peter van den Elsen, heemkundige, en een tentoonstelling over de beroemde Norbertijn in 1983. De afdelingen Gemert, Elsendorp en Mortel van de N.C.B. schaarden zich aaneen in de werkgroep en op 5 maart 1983 opende minister Gerrit Braks de tentoonstelling en nam het eerste exemplaar van de gedegen biografie in ontvangst uit handen van de schrijver. De tentoonstelling en de verkoop van het boek waren een groot succes.

Een geldlening onder gunstige voorwaarden werd afgesloten, een slachthuis verkocht, een dienstenveiling georganiseerd en in 1984 werd dan eindelijk de koopakte gepasseerd en op 1 januari 1985 aanvaarde de afdeling Gemert van de N.C.B. het pand in eigendom.

Reconstructiewerkzaamheden

De werkgroep pater Van den Elsen van het N.C.B.-rayon Gemert, De Mortel en Elsendorp kon aan de restauratie beginnen, want ondertussen waren de reconstructieplannen voor de provinciale weg enigszins herzien. De boerderij hoefde niet geheel verplaatst te worden. Een ingrijpende restauratie en de bouw van een bakhuis werden gerealiseerd. Ten behoeve van de ontvangst – en tentoonstellingsruimte schonk de gemeente Gemert het eiken binnenwerk van een oude schuur.

Vrijwilligers

Extra grond werd gepacht en tenslotte werd een overeenkomst gesloten met psychologisch ziekenhuis ‘Huize Padua’. Voortaan zorgt een groep van deze bewoners, gehuisvest in een aangrenzende woning, voor de levende have en bewerkt mede het gras- en akkerland waardoor de continuïteit van het museum beter gewaarborgd is. Dan zijn er nog de (inmiddels bijna) 200 vrijwilligers uit de wijde omgeving, zie zorg dragen voor de verdere uitbreiding en het onderhoud van het museum, de documentatie, demonstraties, organisatie van themadagen, rondleidingen, et cetera. Dit alles onder bezlelende leiding van de beheerders. In 1990 werd het museum geopend en werden Riek en Martien Hurkmans – van de Weijer de eerste beheerders. De eerste bezoeker was minister Gerrit Braks, de voornaamste Hare Majesteit Koningin Beatrix in juni 1990. Sinds 2001 is Ria Peters-Konings de nieuwe beheerder van het museum.

Het museum groeit

Al spoedig begon men aan de verwezenlijking van een Brabants dorpsplein, met behalve de boerderij een bakhuis, een schop (schuur), een wevershuis, een smidse, een klompenmakerij en een winkel annex café. De grond hiervoor werd aangekocht van buurman Jan van Rooij. 

Het museum is inmiddels verder gegroeid. In 2007 is de veldkapel ter ere van Gerlachus van den Elsen geopend, is een handkrachtzuivelfabriek gereconstrueerd, een N.C.B.-destructiegebouw geopend en in 2013 een kortgevelboerderij met Boerenleenbank in gebruik genomen. Op het wensenlijstje staan onder andere nog een schoenenlapperij, een schooltje en een korenmolen.

Het museum organiseert in het zomerseizoen wekelijks themadagen. Maar ook jaarlijks een nostalgische kermis, een historische optocht en in de winter een sfeervolle schaatsbaan.