Het Wevershuisje

Gemert is sinds de middeleeuwen al een echt weversdorp.

Er staan nog steeds twee textielfabrieken, waarvan er eentje (John van den Acker Textielfabriek, sinds 1807) sinds 2007 bij Koninklijke Beschikking Hofleverancier is. Rond 1900 waren in Gemert meer dan 200 thuiswevers actief om met en voor hun gezin de kost te verdienen. 

In het Wevershuisje is een weefkamer ingericht met rode en blauwe plavuizen. Hier bracht de thuiswever het grootste gedeelte van de dag door en vaak moest er een of twee nachten per week worden doorgewerkt. Het handweefgetouw dat hier is opgesteld is een getrouwe kopie van een eeuwenoud Gemerts weefgetouw, nu in bezit van heemkundekring Gemert.

Het weefgetouw of weefstoel (‘t ketaw) was veelal eigendom van de wever zelf, hoewel arme wevers ere en huurden voor de prijs van vijftig cent tot een gulden per jaar. Het geweven goed werd op de markt te koop aangeboden of geruild bij een plaatselijke textielfabriek tegen bonnen. Deze bonnen hadden een bepaalde geldwaarde en konden besteed worden in bepaalde winkels.

Voor meer details over het weven kunt u terecht bij een van de wevers die regelmatig aanwezig zijn om te tonen hoe dit ambacht in zijn werk ging. Weven is een zeer ingewikkeld vak waarvoor een lange leertijd nodig was.

Wevers hielden vaak van gezelligheid en in Gemert waren ze verenigd in diverse ‘Severusgezelschappen’ die hun thuisbasis hadden in de talrijke cafés die Gemert vroeger kende. Sint Severus was de patroonheilige van de wevers. Tegen een van de wanden in hangt zijn afbeelding met de vermelding ‘R.K. Textielarbeiders Vereeniging’.

Lees meer over de historie van het weven in Gemert.

Terug naar Museumgebouwen